Groningen: Groninger Museum
Groningen
Groningen en De Ploeg
Het Groninger Museum ligt pal voor het NS station. Je kunt het niet missen, want het is een bijzonder complex. Zelfs met slecht weer valt de grote goudgele toren nog steeds op. Telkens bedenk ik dat dit gebouw niet op een museum lijkt, het lijkt eerder een vrolijke grote kermisattractie, wat natuurlijk meteen vrolijk en nieuwsgierig maakt.
In 1987 schonk Gasunie 25 miljoen gulden voor een nieuw museumgebouw. Frans Haks was indertijd de directeur; hij koos de Italiaanse postmoderne ontwerper Alessandro Mendini als hoofdarchitect. Die ontwierp samen met andere architecten een veelkleurig museum. Voor de permanente tentoonstellingen zijn er een enorme cirkelvormige zaal maar ook traditionele langwerpige of vierkante ruimtes. De waterspiegel rondom het museum ligt bij die zalen op borsthoogte. Wie het museum de eerste keer bezoekt, vindt het wellicht een ingewikkeld gebouw, maar de routebeschrijving met mooie pictogrammen lost veel op.
Slimme oplossingen & sprookjesachtige inrichting
Eerder was in de permanente tentoonstelling vooral aandacht voor de geschiedenis van Groningen, onder meer de beroemde zilver collectie van het Groninger Museum, de oudere lokale schilderkunst, hedendaagse beeldende kunst, kunstnijverheid en kunstenaars van De Ploeg. Sinds eind 2025 is er beneden exclusief aandacht voor De Ploeg. Dat is eigenlijk heel leuk. De Ploeg is tenslotte de belangrijkste Groningse kunstenaarsgroep uit het begin van de vorige eeuw. De Ploeg komt later aan bod.
Eerst een korte bespreking van het nog steeds bijzondere gebouw dat onder leiding van Mendini en Haks tot stand kwam. Het was de tijd van het post-modernisme, de versnippering en verwerping van het klassieke wereldbeeld, ook in de kunst en architectuur. Hoewel het gebouw opvalt door de blauwe hoefijzer poort en de hoge goudgele toren (depot / entree) bij de ingang, zijn alle delen van het gebouw aan de buitenkant opvallend.

De boog met de toren er achter

Het overzicht van alle delen van het Groninger Museum, gezien vanaf de brug.
Binnen kun je kiezen voor de winkel, links, de trap naar de tentoonstellingsruimtes, of het restaurant, rechts.

De mozaïek trap van Mendini
Beneden, aan een van de verbindingen naar de tentoonstellingszalen, ligt aan de rechterkant het Info Center van Jaime Hayon. Dit Info Center is pas in 2010 in deze ruimte gekomen. Ik weet nog dat ik het een bizonder ontwerp vond omdat die centrale opstelling met computers heel futuristisch voelde.

Info Centrum Jaime Hayon
Aan de overkant daarvan zit de Job Lounge van Studio Job ( Job Smeets en Nynke Tynagel ) Nederlandse kunstenaars die al jaren door het museum worden gevolgd. Hier is alles illusie, de gordijnen zijn bijvoorbeeld geen luxe zware stof, maar foto prints.
Aan het einde van de gang ligt het deel van Michele de Lucchi dat aan de buitenkant met baksteen is bekleed en waarop het ronde gebouw Philip Starck gezet. Deze twee afdelingen zijn voor ons van belang, want hier zijn de permanente opstellingen van de eigen collectie. De beneden verdieping met klassieke tentoonstellingszalen is sinds 2025 aan De Ploeg gewijd en bovenin het ronde deel staan wisselende keramiek opstellingen.

Zijaanzicht gebouw langs de toren naar de Mendini zalen. Let op zijn versiering aan de buitenkant wordt als het ware intern door de mozaïektegeltjes van zijn trap weerspiegeld. Zie de eerdere foto.
Keramiek in de pottenbakkersschijf
Starck ontwierp zijn afdeling als een grote ronde pottenbakkersschijf. Hij bracht in de ronde zaal als het ware een schil van glas aan voor de muur waardoor in één groots gebaar een prachtige vitrine ontstond. Hij maakte met half doorzichtige, kamer hoge witte gordijnen verschillende compartimenten waarin je zwevende schatten ontdekt, zo lijkt het.

Starck Paviljoen.
Zo maakte Starck in feite een ideale en verrassende museale ruimte voor een collectie keramiek en porselein. Hier word je uitgedaagd het werk beter te bekijken. De onorthodoxe opstelling is gekoppeld aan een goede voorlichting. De basis van deze collectie werd gelegd door de eerste conservator keramiek: Minke de Visser. ‘Mejuffrouw de Visser’ was vijfenveertig jaar, tot aan haar dood in 1966, verantwoordelijk voor de collecties kunstnijverheid. Haar focus lag op Chinese en Japanse exportkeramiek voor de Nederlandse markt.

Porselein van de 17e- tot en met de 20e-eeuw uit China, Duitsland en Nederland.
Ondanks de vele voorwerpen is er rust in de opstelling met aandacht voor afzonderlijke objecten. Zo’n theekopje laat je dromen over de opkamer van een Groningse Herenboerderij waar men op speciale dagen uit het porseleinen kopje dronk en het daarna weer zorgvuldig opborg.
Collectie De Ploeg
In de traditionele museumzalen van De Lucchi’s benedenverdieping hangt De Ploeg. Niet alleen schilderijen, maar ook voorbeelden van kunstnijverheid: tafels, stoelen, lampen en sieraden. Design zouden we nu zeggen. Het is een tentoonstelling met het werk van De Ploeg leden uit de collectie van het Groninger Museum, een collectie met meer dan 1000 werken en daarbij 1300 schilderijen in bruikleen van Stichting De Ploeg. Niet voor niets heet deze expositie: Nieuw licht – De Ploeg.

Entree tentoonstelling.
Het begin is helemaal goed: van plafond tot vloer is er een grote zwart/wit foto van een oude poort met op die poort een affiche. Het echte affiche is over de grote foto gehangen. Het is een opruiend affiche met rode abstracte vormen en zwarte letter van Hendrik Werkman: Exposition du Congres, le cercle d’art de Groningue, DE PLOEG 5-12 september Prinsenhof. (Dan hebben we het over september 1926) Het hangt in de zaal waarin we zien hoe traditioneel de Groningse kunstenaars dan nog werken.

Tuin met zonnebloemen, Geesje Mesdag- van Calcar, z.j.
In 1926 was een tentoonstelling van de traditionalisten georganiseerd door het Kunstlievend Genootschap in Pictura als begeleiding van een Internationaal Psychologen congres. De leden van de kunstenaarsvereniging De Ploeg werden niet uitgenodigd. Dat is wel begrijpelijk want die vonden de 19e-eeuwse kunst behoorlijk achterhaald. Dat is duidelijk door hun eigen affiche voor de inderhaast georganiseerde tegen-tentoonstelling. Dit affiche maakt meteen aan het begin het verschil duidelijk tussen De Ploeg en de traditionele schilders!
Inmiddels is deze dwarse groep kunstenaars opgenomen in de Nederlandse kunstgeschiedenis, maar dat heeft best wel lang geduurd. Pas na de oorlog onder het directoraat van W. Jos de Gruyter, van 1955 tot 1963, kwam er vanuit het museum structurele aandacht voor deze lokale groep kunstenaars,
Groningen rond 1900
Groningen leek aan het einde van de 19e-eeuw vanuit de Randstad ongetwijfeld nog verder, dan het tegenwoordig nog steeds voelt. Kunstenaars als Josef Israëls en het echtpaar Mesdag verhuisden dan ook uiteindelijk allemaal naar Den Haag waar ze belangrijk leden van de eerste generatie Haagse School schilders werden. In de stad Groningen zijn er drie belangrijke artistieke organisaties: het Groninger Museum, het Kunstlievend Genootschap Pictura en De Academie Minerva. Minerva is tot 1903 zowel een beroepsopleiding voor ambachtslieden zoals decoratieschilders en steendrukkers, als ook de kunstenaarsopleiding voor kinderen uit de rijke Groningse elite, zoals Hendrik Mesdag en zijn latere vrouw Sientje van Houten.

Vissersschepen, Hendrik Willem Mesdag, ca 1880/90
In 1903 krijgt Minerva een nieuwe directeur: de schilder Dirk de Vries Lam en met hem een nieuw programma. De kunstnijverheid wordt in navolging van andere opleidingen, uitgebouwd waardoor er meer jongeren komen, ook uit andere lagen van de bevokng. Twee docenten sloten meer aan bij de moderne tijd: Arnold Willem Kort en Franciscus Hermanus Bach. Arnold Kort maakte batiks en ontwierp meubels. Hij stond in de traditie van de Arts and Craft, een 19e-eeuwse Britse artistiek esthetische beweging die streefde naar een totaalkunstwerk, van behang tot boek, meubels, zilverwerk en kleding. Bach was de Groningse kunstenaar van het moment.

Zelfportret, 1909, Franciscus Hermanus Bach, (1865-1956 )
Hij maakte portretten en werd gevraagd voor monumentale opdrachten zoals de versiering van het nieuwe Groningse NS station. Bach vond dat schilders, net als hij, buiten moesten werken. In Groningen hoorde het nog niet bij het curriculum. ( Dat is bijna 50 jaar nadat in Frankrijk de eerste schilders buiten gingen schilderen en 30 na alle ophef die de Haagse school schilders veroorzaakten met hun kleine landschappen die buiten waren geschilderd.)

De centrale ingang van het station (Franciscus Bach).
Samen Sterk
Het Kunstlievend Genootschap Pictura exposeerde in het Groninger Museum en langzamerhand vonden ook dit genootschap de weg naar de moderniteit door in 1913 een tentoonstelling over Kandinsky te maken en in 1917 met moderne Franse schilderkunst. Maar bij de tentoonstelling ‘Groningsche Kunstenaars en Amateurs’ van Pictura in maart 1918 bleek nog weinig belangstelling voor het moderne. Ondanks de laagdrempelige intentie (‘amateurs’) werden de inzendingen van Altink, Dijkstra, George Martens en Wiegers toch niet toegelaten. Dit was de directe aanleiding voor de oprichting van een eigen kunstkring. George Martens en Alida Pott waren de initiatiefnemers. Op 14 juni 1918 werden de statuten van de ‘Groninger Kunstkring De Ploeg’ goedgekeurd. Werkman zou ze later drukken.
De oprichting was, net als de statuten, vooral praktisch. Het ging hen vooral om de mogelijkheid moderne kunst te exposeren en het behoudende culturele klimaat te doorbreken. De eerste leden waren schilders, later kwamen schrijvers, architecten, meubelontwerpers en de drukker Hendrik Werkman erbij. Het is wel opvallend is dat vrouwelijke leden vanaf het begin welkom waren, dat was niet zo vanzelfsprekend.
De belangrijkste kunstenaars waren Jan Wiegers, Jan Altink, Johan Dijkstra, Alida Pott, George Martens, Job Hansen, Hendrik Werkman en Jan van der Zee. Altink bedacht de naam. Ze wilden letterlijk het cultuurlandschap omploegen en ontginnen voor de moderne kunst. Sommigen zoals Altink, Alida Pott en haar man George Martens hadden een opleiding bij Minerva gehad. Anderen, zoals Werkman en Job Hansen waren autodidact. Binnen de Kunstkring werd op allerlei manieren gewerkt. Ondanks die diversiteit aan stijlen, voerde het expressionisme een paar jaar de boventoon.
Hechte groep
Hoe hecht groep was, blijkt uit de vele portretten die ze van elkaar maakten, bijvoorbeeld Jan Wiegers en Johan Dijkstra

Links Johan Dijkstra door Jan Wiegers, 1926, en rechts Jan Wiegers door Johan Dijkstra, 1926
Deze twee portretten zijn op een bijzondere manier met elkaar verbonden. Niet alleen schilderde Wiegers Dijkstra en Dijkstra Wiegers, maar het museum heeft het Dijkstra portret open opgesteld in een grote vitrine waardoor je de achterkant van het doek kunt zien. Wat blijkt? Ze schilderden elkaar in 1926, maar het doek dat Dijkstra gebruikte was de achterkant van een schilderij van Wiegers met een Danspaar waarschijnlijk uit 1922 ! Je moet even puzzelen omdat de dansers staand zijn geschilderd en nu ‘liggend’ zijn te zien.

Danspaar, Jan Wiegers, ca 1922
Jan Altink schilderde een aantal De Ploeg leden, waaronder de grote Groningse drukker en kunstenaar Hendrik Werkman.

Hendrik Werkman, Jan Altink, 1925.
Ik vind het een ontroerend portret van een lieve, bedachtzame man. De gevoeligheid uit zijn druksels, waarin Werkman zo uniek was, herken je in dit portret.
Werkman werd na zijn dood beroemd door zijn druksels, zijn verzet tegen de Duitse bezetting en zijn executie een maand voor de bevrijding, maar hij schilderde ook. Bij zijn Kerkgang in de sneeuw, dat hij omstreeks 1920 maakte, zie je hoe gevoelig hij voor vorm en materiaal is.

Beide schilderijen zijn van Hendrik Werkman. Het bovenste is Station (De Punt), 1920 en het onderste is Kerkgang in de sneeuw, ca 1919/20
De hoofden van de vrouw rechts van de grote man en het meisje links verdwijnen in het sneeuwlandschap doordat Werkman dezelfde verf gebruikt. Hij heeft alleen de penseelstreek veranderd! Je moet even dichterbij komen om die kappen te ontdekken. Zie de foto hieronder.

Detail, rechts van de boer uit Kerkgang in de sneeuw, Hendrik Werkman, ca 1920. De kap van het meisje is op dezelfde manier geschilderd,
Expressionisme in Nederland
Het expressionisme was weliswaar rond 1918 in Nederland bekend via de Franse lijn. De eerste tentoonstelling van Vincent van Gogh kreeg in 1905, bijna 20 jaar na zijn dood, al veel aandacht. Vervolgens werd hier het Fauvisme en daarna het Luminisme bekend via de contacten die vooral Jan Toorop meebracht. Sluyters, Gestel en Mondriaan, werkten allemaal op enig moment expressionistisch. Maar als gezegd dat was het Franse Expressionisme. In de Eerste Wereldoorlog bleef de Franse schilder LeFauconnier in Bergen, waar een eigen expressionisme ontstond. Typisch zijn de zwarte contouren, met vaak donkere kleuren, maar toch ook een zekere sierlijkheid.

Boomgaard Blauwborgje, Alida Pott, ca 1920
Die Brücke
De Ploeg schilders stonden echter in een directe lijn met Die Brücke, die op een veel rauwere manier schilderden. Het is een kunstenaarsgroep die al in 1905 opriep tot een breuk met het verleden. Ze streefden naar een nieuwe toekomst, weg van het leven in de stad met haar fabrieken en nachtleven, terug naar de natuur. Dat was niet zo nieuw, maar hun felle onbevangen manier van werken werd door tijdgenoten niet echt gewaardeerd. De oprichter en belangrijkste kunstenaar van die groep was Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938) Hij woonde sinds 1917 in Frauenkirch, een dorp bij Davos.

Kirchner in atelier, Jan Wiegers, 1925
Als Wiegers zo ziek is dat hij naar het Nederlands sanatorium in Davos moet, maar dit niet kan betalen, brengt de groep het geld bijeen voor zijn reis en verblijf in Zwitserland. Als Wiegers na een paar weken mag verhuizen naar Frauenkirch reist zijn vrouw Gré en zoontje hem na. Hij raakt er bevriend met Kirchner. Dat weten we omdat Kirchner hem in de Davoser Zeitung van 29 oktober 1920, zo noemde. (Eerder had in de krant gestaan dat Wiegers een leerling van Kirchner was.) Als je vluchtig Wiegers schilderijen bekijkt, zou je dat kunnen denken. Kirchner dacht er echter anders over.
Het land en zijn schilders: De Ploeg
Maar er zijn wel overeenkomsten tussen het werk van Kirchner en een deel van De Ploeg schilders. Want de beϊnvloeding hield niet op bij Wiegers. Diens Zwitserse werk toonde nieuwe mogelijkheden om de natuur te verbeelden: kleur en werkelijkheid raakten ontkoppeld. De werkelijkheid was een aanleiding en werd gekleurd door gevoelens; emotie en kleur waren bepalend. De leden van de Ploeg gebruikten niet langer een academisch correct perspectief. Bovendien werkten ze met wasverf, wat Wiegers bij Kirchner had gezien. Ze mengden hun pigmenten met snel drogende bijenwas en wasbenzine waardoor de kleuren mooi helder bleven. Dat betekent wel dat er ook snel moest worden gewerkt. Dus geen precieze bomen, watergolfjes of wollige wolken bij De Ploeg leden! En ze trokken naar buiten om te werken, zoals Bach al aanraadde en alle andere moderne schilders al deden.

Groninger landschap met kanaal, Jan Wiegers, 1923
Groningen is een van de mooiste provincies, een machtig zwaar en loom land waar zon, wolken en wind het licht voortdurend laten omvallen.

Koopvrouw op landweg, Jan Altink, 1925
De kunstenaars van De Ploeg waren de eerste kunstenaars die dat echt laten zien. Op hun schilderijen van het landschap, vooral bij het Reitdiep, ligt de horizon vaak hoog en lopen de kanalen verticaal. Hun heftigheid viel hier ook niet erg in de smaak.
Kunstnijverheid
Hoewel er intensief en veel werd geschilderd, was het expressionisme uiteindelijk een kortstondige explosie. Na 1926 gingen onder meer Wiegers, Dijkstra en Altink weer meer impressionistisch werken.

Portret van Job Hansen, Jan Altink, 1927
Eigenlijk moest iedereen erbij verdienen, niemand kon van de kunst leven. De invloed van die andere leraar aan de Academie Minerva Arnold Willem Kort is hier van belang: zo ontwierpen Job Hansen, maar ook Wobbe Alkema en Egbert Reitsma meubels en lampen.

Hier staan: van Job Hansen de stoel met de dikke driehoekige zitting, een eettafel en eetkamerstoel van Wobbe Alkema net als de gemakkelijke stoel, helemaal rechts.
De lamp boven de tafel, een bruikleen van Museum Belvédère in Heerenveen-Oranjewoud, is van Job Hansen; hij ziet er steeds anders uit.

Hanglamp. Ca. 1930, Job Hansen.
Alida Pott schildert, maar is ook lerares aan de plaatselijke huishoudschool. En ze maakt houten broches en beschildert houten kralen. Wobbe Alkema is slechts een jaar lid van De Ploeg. Hij richt samen met Jan van der Zee en Johan Faber een reclamebureau op met een gemeenschappelijk atelier: AVAR. Alkema kent Belgische kunstenaars die abstract werken en leert via hen het abstract constructivisme van Kandinsky kennen. Alkema werkt samen met architecten waaronder Job Hansen.

Compositie met diagonaal, Wobbe Alkema, 1924
Breed leuk overzicht
Dit overzicht van De Ploeg is uitgebreid en leuk. Ondanks de veelheid aan kunstenaars, stijlen en voorwerpen is het een fijne tentoonstelling. Soms zijn er verrassende combinaties zoals die twee portretten die ik hierboven liet zien, maar ook door objecten als de poppenkastpoppen, of een grote muur bedenkkende zwart wit tentoonstellingsfoto gemaakt door Simon Steenmeijer uit 1924. Op die foto zijn vier schilderijen te zien die in deze zaal hangen. Voor de grote foto staat een beeldje van een vrouwelijk dat Wiegers in 1924 maakte.

De foto van Steenmeijer, hieronder het beeldje van Wiegers voor dezelfde foto.

Vrouwelijk naakt (Meisje), Jan Wiegers, ca 1923, het beeldje staat voor de grote zaalfoto.
In de laatste zaal staat de grote kast die Werkman met 12 voorstellingen uit het Oude Testament beschilderde voor dominee August Henkels uit Winschoten. Werkman, die niet meer naar de kerk ging, kreeg de opdracht in 1943, midden in oorlogstijd. De thema’s zijn een onwankelbaar geloof, vriendschap en verbondenheid. De verbondenheid met Henkels was hun gezamenlijk verzet tegen de Duitse bezetting.

De “Werkman-kast” met oudtestamentische voorstellingen uit het bezit van August Henkels, beschilderd door Hendrik Werkman in 1943.
In Winschoten werd eind 1940 de clandestiene uitgeverij De Blauwe Schuit opgericht door Henkels, zijn studievriend, de scheikundige Ate Zuithoff, en de initiatiefneemster Adri Buning, een gymnasiumlerares in Winschoten en Henkels overbuurvrouw. Werkman drukte en illustreerde veertig de illegale uitgaves. Op 13 maart 1945 worden Henkels en Werkman samen in de werkplaats van Werkman gearresteerd. Ze worden gevangen gezet in het Scholtenhuis. Henkels overleeft, maar Werkman wordt drie dagen voor de bevrijding van Groningen gefusilleerd bij Bakkeveen.

August Henkels, Jan van der Zee, 1928.
De tentoonstelling Nieuw Licht – De Ploeg eindigt met dit portret van een jonge Henkels door Jan van der Zee in 1928 en een kast gemaakt uit vriendschap en onderlinge saamhorigheid.
| Informatie en voorzieningen | |
|---|---|
Groninger Museum Museumeiland 1, 9711 ME Groningen | |
| bereikbaarheid | |
| makkelijk met OV tot station CS Groningen | |
| parkeren achter het museum | |
| collectie informatie | |
| folder | |
| zaalteksten | |
| presentatie collectie | |
| route informatie - prachtige pictogrammen | |
| digitaal - app werkte niet bij mij | |
| vriendelijkheid | |
| suppoosten | |
| winkel | |
| kinderactiviteiten | |
| in het museum, soms, informatie op website moeilijk te vinden | |
| eigen ruimte / atelier | |
| museumwinkel | |
| assortiment | |
| kunstboeken | |
| kinder-kunstboeken | |
| grappige kleine cadeautjes | |
| museumrestaurant | |
| prijs/kwaliteit | |
| menu | |
| wc | |
| schoon | |
| makkelijk te vinden | |
Geef een reactie