Gouds Museum, zoektocht met verrassingen Amsterdam was rond 1600 zo rijk dat belangrijke kunstenaars, aangetrokken door het kapitaal van mogelijke opdrachtgevers, daar naar toe kwamen. Hetzelfde gold voor Haarlem en Delft, maar Gouda? Het is wellicht vergeten, maar Gouda kreeg al in de twaalfde eeuw stadsrechten. De stad was door haar ligging op het kruispunt van twee rivieren een overslagplaats geworden en daardoor een belangrijk economisch centrum. Net als elders liep de financiële ontwikkeling samen met een culturele bloei. Dat is nog steeds te zien aan het bijzondere stadhuis op de markt en in de Sint Jan, de grote kerk vlak achter die markt. In dit oude centrum ligt Museum Gouda. Het museum heeft meer dan 40.000 objecten, waaronder een aantal grote altaarstukken, maar ook kleinere religieuze schilderijen zoals de prachtige Verkondiging aan Maria van Pourbus uit 1552, en een aantal schutterstukken. Het museum kreeg door een schenking een prachtige verzameling schilderijen van de Haagse School en van Barbizon. Natuurlijk is er aandacht voor het beroemdste Goudse product (naast de stroopwafel, het Gouds plateel, en de Goudse kleipijpen.
Over dingen die voorbijgaan en toch blijven bestaan Na mijn studie kunstgeschiedenis heb ik veel gedaan, dat ik in 2002 in een voormalig paleisje aan het Haagse Lange Voorhout de eerste conservator zou worden van het werk van M.C. Escher (1898-1972) had ik nooit bedacht. Inmiddels ben ik al weer een aantal jaren met pensioen, dus geen conservator meer bij het leukste museum van Den Haag: Escher in Het Paleis. Uiteindelijk heb ik al die jaren met enorm veel plezier aan de ontsluiting van Eschers grafiek gewerkt. Ik waardeerde de man en zijn kunst steeds meer. Niet eens zozeer door zijn veel geroemde optische illusies waardoor je steeds iets onverwachts in een prent ontdekt, maar veel meer door zijn humor, een soort onderkoelde pret die uit zoveel prenten spreekt. Ik ben onder de indruk van zijn integriteit en vasthoudendheid ons te laten delen in zijn visie op het leven, terwijl het lang duurde voor hij als kunstenaar erkenning kreeg. Het onderstaande stuk is gebaseerd op mijn laatste tentoonstelling bij Escher in Het Paleis: “Verwondering, of hoe verveling een optische illusie wordt”. Het is een verhaal over zijn leven en werk, dat verandert niet, waar en hoe het ook wordt gepresenteerd: over Eschers prenten valt heel veel te vertellen. Lees verder »
Hoe een oud museum jong blijft Het Dordrechts museum is een stedelijk museum dat in de negentiende eeuw door burgers werd opgericht, net als het Haagse Kunstmuseum en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het aardige van dit museum is dat het bij de tijd is gebleven, maar niet meedoet met de waan van de dag. De collectie is divers, Dordts gericht en beslaat zes eeuwen. De eigen collectie wordt door een liefdevolle en vrolijke presentatie extra de moeite waard. Misschien is het een verrassing te ontdekken dat Albert Cuyp (1620-1691), Nicolaes Maes ( 1634-1693) en Ferdinand Bol (1616-1680) geen Amsterdammers zijn. Je leert hier op een bijna achteloze manier dat ze uit Dordrecht kwamen. Maes en Bol gingen naar Amsterdam, Albert Cuyp bleef in Dordrecht, hij was telg van een schilders-familie. Zijn werk wordt gecombineerd met schilderijen van zijn vader, zijn oom en tijdgenoten.
Je hoeft bij een bezoek aan dit museum geen voorkennis te hebben, maar je kunt er wel verdieping vinden. Wie kennis heeft, vindt onverwachte details. Als je alleen wilt genieten van de kunst, lukt het net zo makkelijk door de uitgebalanceerde opstelling.
Perfectionisme en eigenzinnigheid Voorlinden, Museum and Gardens is sinds de opening in 2016 een publiekstrekker. In een van de mooiste delen van Wassenaar werd naast een 19e-eeuwse villa in Engelse country stijl een hoog, licht en langgerekt gebouw gezet: het nieuwe museum. Er ligt een tuin bij van Piet Oudolf, Nederlands beroemdste tuinarchitect. Het gebouw is bizonder, niet alleen door de hoge gangen en zalen, of door de platte structuur met het speciaal ontworpen bovenlichtsysteem, maar ook door details als de terugspringende plinten en een klein kunstwerk op de wc. Het museum heeft een ongelofelijk grote eigen collectie waarmee voortdurend nieuwe verrassende tentoonstellingen worden gemaakt. Zelfs in de permanente tentoonstelling wordt gewisseld. Daarnaast loopt een programma met solo tentoonstellingen die soms in samenwerking met andere musea of externe conservatoren zijn opgezet.
De zwevende muren van Joop van Caldenborgh In een van de mooiste delen van Wassenaar liet de familie Loudon tussen de twee grote oorlogen uit de vorige eeuw een nieuw huis op hun landgoed zetten. Het park grenzend aan de duinen was al in de 19e-eeuw door vader en zoon Zocher ontworpen. Tegenwoordig staat er naast de Engelse country stijl villa een langgerekt licht gebouw, rondom ligt een nieuwe tuin die is ontworpen door Nederlands beroemdste tuinarchitect van dit moment, Piet Oudolf.